Mijn facelift: nooit af, altijd beter

Mijn facelift: nooit af, altijd beter

Mijn facelift: nooit af, altijd beter

Een facelift is geen vaste techniek die een chirurg één keer aanleert en daarna jarenlang ongewijzigd herhaalt. Ze groeit mee met nieuw anatomisch inzicht, met de eigen ervaring en met wat een chirurg bij collega's in de operatiezaal ziet. In dit artikel leg ik uit waarom mijn Deep Plane Facelift vandaag een andere operatie is dan vijf jaar geleden, en waarom dat precies de bedoeling is.

Ik ben net terug uit Los Angeles, waar ik opnieuw enkele dagen doorbracht bij collega's die zich vrijwel uitsluitend toeleggen op esthetische aangezichtschirurgie. Toch begint dit verhaal niet in Los Angeles en ook niet dit jaar. De afgelopen vijf jaar heb ik er een gewoonte van gemaakt om andere aangezichtschirurgen (facial plastic surgeons) op te zoeken en hun chirurgie van dichtbij te volgen. Dat bracht mij naar New York, Beverly Hills, Los Angeles, Londen en Rome.

Ik doe dat niet om één nieuwe facelifttechniek te vinden die ik vervolgens thuis kan kopiëren. Hoe meer facelifts ik zie en hoe meer ik zelf opereer, hoe duidelijker het wordt dat een facelift nooit één gestandaardiseerde operatie is. Wat wel bestaat, is een operatie die voortdurend evolueert. Dat is voor mij misschien wel het boeiendste aspect van faceliftchirurgie.

Een vakgebied dat voortdurend in beweging is

De anatomie van het gelaat verandert niet. De aangezichtszenuw (nervus facialis) loopt vandaag niet anders dan twintig jaar geleden. Hetzelfde geldt voor de aangezichtsligamenten (retaining ligaments), het SMAS en het platysma. Het SMAS is de bindweefsel- en spierlaag onder de huid van het gelaat, het platysma de brede, oppervlakkige halsspier. Ook de diepe halsstructuren en de verschillende bindweefsellagen liggen nog altijd op dezelfde plaats. Anatomie blijft dus het kompas.

Onze kennis van die anatomie wordt echter steeds verfijnder, en vooral de manier waarop we haar chirurgisch benaderen verandert voortdurend. Er verschijnen nieuwe anatomische studies en bestaande technieken worden aangepast. Chirurgen wijzigen hun dissectie (het vrijmaken van de weefsels), hun vectoren (de richting waarin de weefsels worden geherpositioneerd) en hun fixatie. Ook de manier waarop de verschillende lagen worden behandeld, verschuift. Soms blijkt een concept dat als nieuw wordt voorgesteld voort te bouwen op iets wat twintig of dertig jaar geleden al werd beschreven.

Precies dat maakt faciale verjongingschirurgie voor mij zo boeiend. Ze kijkt voortdurend vooruit, zonder dat we mogen vergeten achterom te kijken. Vooruitgang betekent immers niet dat alles wat vroeger werd gedaan plots fout was. Vaak ontstaat vooruitgang net doordat we oude principes beter begrijpen en ze op een andere manier integreren in de moderne chirurgie.

Leren door te gaan kijken

Daarom probeer ik regelmatig andere chirurgen te bezoeken. De afgelopen jaren bracht ik onder meer tijd door bij Neil Gordon, Andrew Jacono, Ben Talei, Mike Nayak, Dominic Bray, Keon Parsa en Marc Levin. Daarnaast bezocht ik Michele Pascali in Rome en Greg Bran in Londen. Het zijn chirurgen met een verschillende achtergrond en verschillende technieken, en vooral met een eigen manier om naar hetzelfde anatomische probleem te kijken. Precies dat maakt zulke bezoeken zo waardevol.

De ene chirurg behandelt de hals anders dan de andere. Iemand legt meer nadruk op het vrijmaken van de ligamenten, een ander heeft een heel specifieke manier om het SMAS te bewerken. De vectoren verschillen, de uitgebreidheid van de dissectie verschilt en ook de diepe structuren worden telkens anders benaderd. Soms zie ik iets waarvan ik meteen denk dat het een verbetering kan zijn. Soms begrijp ik pas veel later waarom iemand een bepaalde stap uitvoert. En soms zie ik iets waarvan ik net beslis dat ik het zelf niet wil doen. Ook dat is leren.

Mijn recente bezoek aan Los Angeles was dan ook geen afzonderlijke studiereis. Het was een volgende stap in iets wat ik al jaren doe: kijken, vergelijken en vervolgens kritisch beslissen wat binnen mijn eigen chirurgie past.

Geen kopie, maar een mozaïek

Als iemand mij vandaag vraagt welke facelifttechniek ik precies uitvoer, valt dat moeilijk in één woord samen te vatten. Mijn facelift is geen operatie die ik van één chirurg heb geleerd. Ze is eerder een chirurgisch mozaïek. Bepaalde ideeën komen uit operaties die ik in New York zag, andere uit Beverly Hills of Los Angeles, en sommige principes uit Londen of Rome. Daarbovenop komen mijn eigen opleiding in hoofd-hals- en craniomaxillofaciale chirurgie (chirurgie van schedel, kaken en aangezicht), mijn anatomische achtergrond en de wetenschappelijke literatuur. En vooral: alles wat mijn eigen patiënten en hun resultaten mij door de jaren heen hebben geleerd.

Net daar wordt de term Deep Plane interessant. Veel chirurgen gebruiken die term vandaag. Het ligt dan ook voor de hand dat de resultaten min of meer vergelijkbaar zouden zijn wanneer iedereen een Deep Plane Facelift uitvoert. Dat zijn ze echter allerminst. De resultaten van zogenaamde Deep Plane Facelifts lopen enorm uiteen, omdat het ene diepe vlak niet noodzakelijk hetzelfde is als het andere.

Hoe uitgebreid worden de aangezichtsligamenten vrijgemaakt en tot waar loopt de dissectie? Welke vector wordt gebruikt en hoe wordt het platysma behandeld? Wat gebeurt er met het SMAS buiten het dissectiegebied, hoe wordt de diepe hals aangepakt en hoe worden de lagen opnieuw in evenwicht gebracht? In één operatie zitten honderden van zulke kleine chirurgische beslissingen, en net die beslissingen maken uiteindelijk het verschil.

Voor mij vormt een voldoende uitgebreide release, het losmaken van de diepere aangezichtsligamenten, een fundamenteel onderdeel van de moderne faceliftchirurgie. Verouderende weefsels zakken niet alleen omdat de huid losser wordt. Ze blijven ook verankerd aan die ligamenten. Wie die verankering niet adequaat losmaakt, beperkt de mogelijkheid om het gelaat werkelijk anatomisch te repositioneren.

Daarmee is de operatie echter niet afgelopen. Ook dieper gelegen lagen, voorbij het diepe vlak, kunnen tekenen van veroudering vertonen, zoals verslapping, volumeverandering of plaatselijk weefseloverschot. Binnen een moderne Deep Plane Facelift kunnen daarom aanvullende technieken nodig zijn om die lagen verder te verfijnen. Denk aan een SMAS-ectomie (het wegnemen van een strook SMAS) of een SMAS-plicatie (het plooien en hechten van het SMAS). Ook imbricatie (het overlappend hechten van weefsel) en selectieve suspensie (het gericht ophangen van weefsel) behoren tot de mogelijkheden. De ene chirurg gebruikt die technieken zeer beperkt, een andere veel uitgebreider.

Dat is precies waarom twee chirurgen allebei een Deep Plane Facelift kunnen uitvoeren en toch totaal verschillende operaties met totaal verschillende resultaten afleveren. Mijn huidige facelift is daarom een combinatie geworden van principes die ik door de jaren heen anatomisch logisch, reproduceerbaar en effectief ben gaan vinden.

“Dezelfde naam, maar niet dezelfde operatie.”

Waarom Los Angeles?

Los Angeles, en Beverly Hills in het bijzonder, kent een uitzonderlijk hoge concentratie aan chirurgen die zich bijna uitsluitend met esthetische aangezichtschirurgie bezighouden. Dat betekent niet alleen veel ervaring en een hoog volume, maar ook competitie. Wanneer zoveel gespecialiseerde chirurgen in een relatief klein gebied dezelfde patiëntengroep behandelen, ontstaat een omgeving waarin technieken voortdurend met elkaar worden vergeleken en bijzonder snel worden verfijnd.

De verschillen zitten daarbij zelden in spectaculaire nieuwe operaties, maar in nuances. Een dissectie die enkele millimeters verder loopt, een andere vector of een net iets andere manier om de ligamenten los te maken. Een andere behandeling van het platysma of het SMAS, een gewijzigde volgorde in de operatie, een andere benadering van de diepe hals. Eén detail verandert een chirurgische aanpak niet. Honderden details, verzameld over vele jaren en uit vele operatiezalen, doen dat uiteindelijk wel.

Precies daarom blijf ik gaan kijken. Niet om een Hollywood-facelift mee naar huis te nemen, maar om telkens een paar nieuwe stukjes toe te voegen aan mijn eigen chirurgische mozaïek.

Vooruitgang betekent soms achterom kijken

De esthetische chirurgie heeft een bijzondere voorliefde voor het woord nieuw: een nieuwe facelift, een nieuw vlak, een nieuwe techniek, een nieuwe naam. Nieuw is echter niet noodzakelijk beter. Veel principes die vandaag in de moderne faceliftchirurgie worden toegepast, werden tientallen jaren geleden al beschreven. SMAS-plicatie en SMAS-ectomie zijn daar voorbeelden van.

Op zichzelf beschouw ik dergelijke technieken vandaag niet als een volledige oplossing voor de veroudering van het gelaat. Wanneer de diepere lagen tekenen van veroudering vertonen, moet dat probleem volgens mij ook in die diepere laag worden behandeld. Dat betekent echter niet dat die oudere technieken geen waarde meer hebben, integendeel. Binnen een moderne Deep Plane Facelift kunnen ze net het aanvullende instrument zijn dat nodig is om een probleem in een andere anatomische laag aan te pakken. Het gaat dus niet om oud tegenover nieuw, maar om begrijpen welk principe op welke plaats zinvol is.

Ik ben ervan overtuigd dat we alleen vooruit kunnen blijven gaan wanneer we ook begrijpen waar de huidige chirurgie vandaan komt. De beste ideeën van vandaag zijn zelden volledige revoluties. Meestal zijn het verfijningen van concepten die al veel langer bestaan, en dat geldt in elk vakgebied. Vooruitgang betekent voor mij dan ook niet dat alles voortdurend vervangen moet worden. Het betekent behouden wat werkt, loslaten wat minder goed werkt, nieuwe inzichten toevoegen en soms een oud principe herontdekken binnen een moderne anatomische benadering.

“De anatomie bepaalt wat er nodig is, niet de naam die we aan de operatie geven.”

Heeft dit mijn facelift veranderd?

Zonder twijfel. Mijn facelift van vandaag is niet dezelfde operatie als de facelift die ik vijf jaar geleden uitvoerde. Toch is er nooit één moment geweest waarop ik uit een vliegtuig stapte en besloot om vanaf maandag alles anders te doen. Zo werkt chirurgische evolutie volgens mij zelden. Ze bestaat uit honderden kleine veranderingen.

Een dissectie wordt iets uitgebreider, een andere stap net beperkter. Een vector verandert, een ligament wordt consequenter vrijgemaakt en de manier waarop het SMAS wordt behandeld evolueert. Ik kijk anders naar de overgang tussen gezicht en hals, werk uitgebreider op de ene plaats en net conservatiever op een andere. Sommige stappen komen erbij, andere verdwijnen. En soms kom ik na jaren opnieuw uit bij een chirurgisch principe dat al lang bestaat, maar dat ik nu veel beter begrijp dan de eerste keer.

Op zichzelf lijken die veranderingen klein. Wanneer honderden van zulke beslissingen zich over vijf jaar opstapelen, ontstaat uiteindelijk een behoorlijk andere operatie. En dat is precies de bedoeling.

De beste facelift die ik ooit heb uitgevoerd

Misschien is dat uiteindelijk mijn eenvoudigste maatstaf. Ik hoop dat de laatste facelift die ik heb uitgevoerd de beste is die ik tot dan toe heb gedaan, en dat de volgende opnieuw iets beter is. Niet omdat chirurgie ooit perfect wordt. Iedere patiënt heeft een andere anatomie en iedere operatie blijft een opeenvolging van keuzes. Maar iedere patiënt voegt wel iets toe aan mijn ervaring.

Iedere operatie die ik bij een collega zie en iedere anatomische dissectie verandert een klein stukje van hoe ik naar de volgende patiënt kijk. Hetzelfde geldt voor iedere wetenschappelijke publicatie, ieder gesprek en ieder resultaat dat ik maanden of jaren later opnieuw beoordeel.

Mijn facelift is daarom geen afgewerkte techniek. Ze is een operatie die door de jaren heen is opgebouwd uit anatomie, ervaring, literatuur en ideeën die ik in operatiezalen over de hele wereld heb gezien. Geen kopie van één chirurg en geen verzameling losse trucjes, maar een mozaïek waarin al die invloeden uiteindelijk één operatie zijn geworden. En dat mozaïek zal blijven veranderen.

“Nooit af. Altijd beter.”

Maak een afspraak

Veelgestelde vragen

Heeft u verder nog vragen? Stel ze gerust! Contacteer ons

Gebruiken Belgische chirurgen dezelfde facelifttechnieken als chirurgen in de Verenigde Staten?

De moderne faceliftchirurgie is zeer internationaal. Deep Plane-dissectie, het vrijmaken van de aangezichtsligamenten, SMAS-technieken, platysmachirurgie en ingrepen in de diepe hals worden zowel in Europa als in de Verenigde Staten uitgevoerd. De belangrijkste verschillen zitten vaak niet in de naam van de techniek, maar in de honderden beslissingen binnen die operatie. Twee chirurgen kunnen allebei zeggen dat ze een Deep Plane Facelift uitvoeren en toch een heel andere dissectie, vector en behandeling van SMAS, platysma en hals gebruiken.

Waarom gaat u bij andere chirurgen kijken?

Omdat bepaalde aspecten van chirurgie moeilijk uit een boek, een video of een wetenschappelijk artikel te leren zijn. Wie naast een collega in de operatiezaal staat, ziet niet alleen wat die doet, maar probeert vooral te begrijpen waarom. Net die besluitvorming is vaak interessanter dan de technische handeling zelf.

Neemt u technieken van andere chirurgen over?

Ik neem vooral principes en ideeën mee. Soms gaat het om een dissectie, soms om een vector en soms om een andere manier van denken over de hals of het SMAS. Af en toe is het belangrijkste wat ik meeneem net de beslissing om iets niet te doen. Alles moet uiteindelijk binnen mijn eigen anatomische logica passen.

Waarom zijn de resultaten zo verschillend als zoveel chirurgen een Deep Plane Facelift uitvoeren?

Omdat Deep Plane geen volledig operatieprotocol is. De term zegt niet hoe ver een chirurg dissecteert, welke ligamenten worden vrijgemaakt of welke vector wordt gebruikt. Hij zegt evenmin hoe het SMAS buiten het diepe vlak wordt behandeld, wat er met het platysma gebeurt of hoe uitgebreid de diepe hals wordt gecorrigeerd. Daarom kan dezelfde technische benaming tot zeer verschillende operaties en resultaten leiden.

Is een Deep Plane Facelift voor u de beste facelift?

Ik geloof sterk in het principe van een voldoende uitgebreide release in het diepe vlak. Bij de veroudering van het gelaat spelen de diepere lagen een belangrijke rol. Wie werkelijk anatomisch wil repositioneren en zuiver wil verjongen, moet die lagen adequaat losmaken en herpositioneren. Deep Plane alleen is echter geen garantie voor een goed resultaat. De kwaliteit zit uiteindelijk in de uitvoering: de juiste release, de juiste vector en de juiste behandeling van alle andere lagen die eveneens aan veroudering onderhevig kunnen zijn.

Zijn technieken zoals SMAS-plicatie en SMAS-ectomie achterhaald?

Als geïsoleerde oplossing voor alle componenten van gelaatsveroudering passen ze minder binnen mijn huidige filosofie, maar de principes zelf zijn zeker niet achterhaald. Binnen de moderne Deep Plane-chirurgie kunnen SMAS-plicatie, SMAS-ectomie, imbricatie en suspensietechnieken net zeer waardevolle aanvullingen zijn. Het gaat niet om oud of nieuw, maar om het juiste principe in de juiste anatomische laag.

Heeft uw recente bezoek aan Los Angeles uw techniek veranderd?

Waarschijnlijk opnieuw op verschillende punten. De waarde van zulke bezoeken zit meestal in kleine nuances. Die combineer ik vervolgens met mijn eigen ervaring, anatomische inzichten en resultaten, waarna ze geleidelijk deel kunnen worden van mijn chirurgie.

Zal uw facelift over vijf jaar nog dezelfde zijn?

Waarschijnlijk niet. De anatomische principes zullen blijven, maar de uitvoering zal hopelijk opnieuw verfijnder zijn.

Gerelateerde artikels

Aangezichtschirurgie | Dr. Maarten Van Genechten

Plan uw consultatie vandaag nog in

Neem vandaag nog contact op voor een persoonlijke consultatie met Dr. Van Genechten. Tijdens deze afspraak bespreekt hij uw specifieke wensen, verwachtingen en de mogelijke resultaten van een ingreep. Dr. Van Genechten neemt de tijd om alle aspecten van de ingreep met u door te nemen en antwoord te geven op al uw vragen.

Contacteer ons